Automatic translation into Dutch of A Grammar of Modern Indo-European at Indo-European Language Association

1.Indo-Europese talen | 2.Indo-Europees oord | 3.Indo-Europees substantieve | 4.Indo-Europees verb | 5.Indo-Europese syntax | 6.Indo-Europese etymologie

Opmerkingen

Woordenschat is een van het best herbouwde onderdelen van de Proto-indo-european taal. Indo-europeese bestuderingen hebb uitgebreid gingen over de wederopbouw van gemeenschappelijke PASTEI woorden en hetten afgeleiden, en veel moderne woordenboeken van IE talen als Latijn, Engels, Duits, Griek, Sanskriet, enz. Reeds schenken etymologies in DE PASTEI wortels afgezien van de oudste vormen in hun talen.

Deze opmerkingen zijn niet bedoelden naar vervangen de aanwezige verwijzing werken, en metterdaad niet naar vervangen de gemeenschappelijke PASTEI woordenschat naar zijn gebruikt in Modern Indo-european, maar juist naar faciliteren het begrip van Proto-indo-european wortels in het licht van hun afgeleiden (en schreven aan de woordenschat gebruikt in deze grammatica) toe, merken ook wel IE vormen berust op de gemeenschappelijke Engelse woordenschat.

Vele herbouwden afgeleiden zijn dan van Germaans of van de international woorden van Graeco-latin oorsprong, maar dit niet beduidt wij raden hun gebruik overheen andere gemeenschappelijke PASTEI woorden aan: Bijvoorbeeld, Latijn leningen gnātionālís, nationaal, of Gnātionlitā, nationaliteit, zijn niet gebruikt in enkel Germaanse en Slavische talen, en moet misschien zijn verving door andere, 'puurer' of 'minder vooringenomene' Proto-indo-european termen. Ook wel, Non-ie suffixen Lat. Aiqi -, re -, Gmc. Iso -, "ijsje", Gk. Geo -, haimn -, konden zijn vervingen door gemeenschappelijke PASTEI formaties, als e.g. Lat. Re - kon zijn verving door een 'puurer' IE ati -, en suffix-ti kon zijn gebruikt voor secundaire Ita., Arm. -Tio (n), enz.

1.      Carlos Quiles, vertaald als Indo-european Kárlos Kūriákī:

Een.    Carlos is een populaire Spaanse naam ontleende aan Germaans karlaz, kerlaz (vgl.. O.N. Karl, O.E. ċeorl), misschien oorspronkelijk "gemeenschappelijke persoon, vrijje man", Modern Indo-european Kárlos. In Norse mythologie, Karl was de naam van de eerst vrijje plattelander, de zoon van De want en Amma. Want was de menselijke vorm nam door de god Heimdall wanneer hij produceerde de progenitors van de drie maatschappelijke standen (thralls, plattelanders en adelstand) met drie verschillende vrouwen. In de Scandinavische talen, Karl houdt hetten bedoeling "man". In Duits, de oorsprong van de noemen Karl kan zijn traceerde naar het woord Kerl welk is nog gebruikt naar beschrijven enigszins bar en gemeenschappelijke mannen. Als in de woorden churl en churlish in Engels.

B.    Quiles is een genitief, en middelen" (zoon) van quili" (vgl.. Badplaats. Quílez, Kat. Quilis, Ast. Quirós, Gal-pt. Quiris). Het komt, van mediaeval substantief Quirici- > Quili (verkort en met r - > l), een lening woord van Gk. Κυρια03b (Indo-european Kūriákos), waarvan Het./Badplaats. Quirico, Gl.-Portugal. Queirici, Kat. Quirce, Fr. Quirice, O.N. Kirkja, Eng. Kerk, Schotten kirk of Ger. Kirche. PASTEI wortel kew middelen dijen. IE bedoelt Kū́rios magister, lord, als Gk. κυριο03c, en bijvoeglijk naamwoord Kyriakoswas gebruikt als Romein cognomen Cyriacos. Kūriákī moet dan zijn de juiste genitief van de MIE lening-vertaalde Griek term.

2.    Voor DE PASTEI wortel bhā (ouder *bheh2 kleurig in *bhah1) vergelijken moderne afgeleiden: Nul-muzieknoot (bha) suffixed bháuknos, baken, signaal, als Gmc. Bauknaz (vgl.. O.E. Beacen, O.FRIS. Bacen, M.DU. Bokin, O.H.G. Bouhhan, O.FR. Boue, "baken"), bhásiā, bes ('helder-gekleurde vrucht"), als Gmc. Bazjo (vgl.. O.E. Berie, berige, O.H.G.BERI, Openhartig. Bram-besi in O.FR. Framboise, "framboos", MIE bhrambhásiā); Bhánduos, dundoek, identificeren voorteken, standaard, vandaar "bedrijf verenigd beneden een bijzonder dundoek" als Gmc. Bandwaz (vgl.. Goot. Banwa, ook wel L.LAT. Bandum in Sp.banda); Suffixed nul-muzieknoot bháues, ontsteken, als Gk. φῶς, φωτός, (MIE bháues, bhauesós), als in gemeenschappelijk borrowings bhawtogrbhíā (treffen gerbh) aan, fotografie, verkort bháwtos, of bháuesphoros/phósphoros, brengen ontsteken, morgenster, fosfor. Tref bhā voor meer IE afgeleiden aan.

3.    Moderne afgeleiden van IE Dńghū-, taal, zijn meestal vrouwelijk (als algemeen dńghwā), maar voor breidde Slavisch dńghwiks uit, welk is mannelijk (vgl.. Russ. язык, Pl. Język, Cz. Jazik, Sr.-Cr.,Slo. Jezik, Bul. език). Vergelijk, voor het substantief van de Engels (taal), modern Indo-europees woorden: Onzijdig O.E. Englisc, Ger. Englisch, Du. Engels, Gk. N.pl. Αγγλι03b; Mannelijk is gevonden in Scandinavisch engelsk, in De romance – waar de onzijdig versmeltte met de mannelijke – Fr. Anglais, Het. Inglese, Badplaats. Inglés, Portugal. Inglese, alsmede alternatief Lat. Sermō Latīnus, en Slavisch (volgend de mannelijk van het woord "taal"), Russ. англи043 [язык], Pol. Język angielski, Bul. англи043 [език], Sr.-Cro. Engleski [jezik] enz.); Vrouwelijk (volgend het geslacht van "de taal") Lat. Anglica [lingua], Rom. [limba] engleză, of Slavic Cz. Angličtina, Slo. Angleščina, Bel. англiй04; Of geen geslacht helemaal, als in Wapenen. Angleren [lezu].

4.    PASTEI wortel wéro, spreken, (of *werh3), schenkt MIE wŕdhom, woord, als Gmc. Wurdam, (vgl.. Goot. Waurd, O.N. Orð, O.S., O.FRIS., O.E. Woord, Du. Woord, O.H.G., Ger. Wort), en wérdhom, woord, werkwoord, als Lat. Uerbum, als in adwérdhiom, adverbium, of Prōwérdhiom, gezegde; Ook wel wério, zeggen, spreken, metathesized in Grieks, als in werioneíā, als Gk. εἰρων03b; Ook wel, suffixed variant vorm Wrētṓr, publiek spreker, rhetor, als Gk. ῥήτωρ, en Wrḗmn, rheme. Vergelijk ook wel Umb. Uerfalem, Gk. ειρω, Skr. Vrata, Av. Urvāta, O.PRUSS. Wīrds, Lith. Vardas, Ltv. Vārds, O.C.S. Vračĭ, Russ. врать, O.IR.FORDAT; Hitt. Ueria.

5.    PASTEI basis jeug, verbinden zich (zeker van een wortel jeu), ontwikkelde als O.H.G. [untar] jauhta, Lat. Jungō, Gk. ζεύγν03c O.IND. Yunákti, Yōjayati (IE jeugeieti), Av. Yaoj -, yuj -, Lith. Jùngiu, jùngti; Geeft gemeenschappelijke afgeleiden jugóm, aansluiting, juk; Vgl.. Gmc. Jukam (vgl.. Goot. Juk, O.N. Ok, O.S. Juk, O.E. Geoc, Dan. Aag, M.DU. Joc, Du. Juk, O.H.G. Juch, Ger. Joch), Lat. Iugum, Gk. ζυγον, O.IND. Yugám, Skr. Yogaḥ, Wapenen. Luc (met –l beïnvloedde door lucanem, "unyoke"), Toch. Yokäm, O.C.S. Igo, Russ. Obža, Cz. Jho, Welsh iau, O.COR. Ieu, Bret. Ieo; Hett. Yugan; Jéugos, juk, als Goot. Jukuzi, M.H.G. Jiuch, Lat. Jūgerum (van Lat. Jūgera, IEJóUGESA), Gk. ζεῦγο03c, O.C.S. Ižesa;

6.    PASTEI bijvoeglijk naamwoord néwos,-ā,-om, schenkt Germaans newjaz, (vgl.. Goot. Niujis, O.N. Nýr, O.ENG. Niowe, O.FRIS. Nie, O.H.G. Niuwi, Du. Nieuw, Dan., Swed. Ny), Lat. Nouus, Osc. Núvellum, Gk. νέος, O.IND. Návas, návyas, Skr. Navaḥ, Av. Nava -, O.PERS. Nau, Toch. ñu/ñuwe, Thrac. Neos, Wapenen. նռր, O.PRUSS. Nauns (wegens de analogie met jauns), O.LITH. Navas, Lith. Naũjas, Ltv. Nàujš, O.C.S. Novŭ, O.RUSS. новъ, Poolse nowy, Gaul. Novio -, O.IR. Nūë, Welsh newydd, O.BRET. Neuued, Kamviri nuĩ, Kashmiri Nōv, O.OSSET. Nog; Hitt. Newash, Luw. Nāw.

Het was zeker een gevulde bloem muzieknoot van nu, nu, als Gmc. Nu (vgl.. Goot. Nu, O.N. , O.E. , O.FRIS. Nu, O.GER. Nu, Du. Nu, Ger. Non), Lat. Nunc, Gk. νυ, νυν, O.IND. , Av. Nu, O.PERS. Nūram, Toch. Nu/nano, O.PRUSS. Teinu, Lith. , Ltv. Nu, O.C.S. Nune, O.IR. Nu -, Misgewaad. Tani; Hitt. Nuwa, Luw. Nanun.

7.    Indo-europeanmédhjos (van DE PASTEI om mij, v.i.) Geeft Gmc. Medjaz (vgl.. Goot. Midjis, O.N. Miðr, O.S. Middi, O.E. Midd, O.FRIS. Midde, O.H.G. Mitti), Lat. Medius, Osc. Mefiaí, Gk. μέσσο03c, O.IND. Mádhjam, Skt. Mádhjaḥ, Av. Maidja -, Pers. Mēān, Illyr. Metu, O.ARM. Mēj, O.PRUSS. Median, Lith. Medis, Ltv. Mežs, O.C.S .. Mežda, O.RUSS. межу, Poolse między, Gaul. Mediolānum, O.IR. Middellang, Welsh mewn, Kamviri Pâmüč. West Germaanse dialecten hebb een gemeenschappelijke dimminutive medhjolós, middelmaat, als Gmc. Middilaz (vgl.. O.E. Middel, M.L.G., Du. Middel, Ger. Mittel); Latijn afgeleiden sluiten medhjālís in, medial, Medhjliā, penning, medhjā, middelen, médhjom, medium, entermedhjā, tussengelegen, medhjaiwālís, middeleeuwse, medhitersaniós, middellandse zee, enz.

PASTEI om mij, te midden van, schenkt suffixed vormen médhi -, tussen, met, als Gmc. Middellang -, en méta -, tussen, met, buiten, na, als Gk. Meta.

Voor DE PASTEI áiw -, ook wel ájus, vitaale macht, leven, lang leven, onvergankelijkheid, vergelijken Gmc. Aiwi (als in O.N. Ei, Eng. Voorstemmer, tegenstem), suffixed áiwom, verouderen, onvergankelijkheid, in medhjáiwom, Middeleeuwen, medhjaiwālís, mediaeval, prwimaiwālís, oeroude, dhlongháiwotā, levensduur; Nader suffixed áiwotā, leeftijd, en aiwoternós, eeuwig, als Lat. Aeternus, in aiwotérnitā, onvergankelijkheid; Suffixed áiwēn, leeftijd, vitaale macht, eon, Gk. Aiōn; Nul-muzieknoot mengen júcjēs," een krachtig leven", gezond (van cei, leven), als Gk. Hugiēs, in jucjésinā (téksnā)," (kunst) van de gezondheid", hygiëne, als Gk. Hugieinē (tekhnē); O-muzieknoot ójus, leven, gezondheid, als Skr. āyuḥ, of Gk. Ouk, van (ne) ojus (qid)," (niet op uw) leven", in ojutópiā, van Gk. οὐ, niet, en τόπος, een plaats die bestaat niet. Zie ook jeu, vitaale forceren, jeugdige kracht.

8.    PASTEI ágros, veld, ook wel wei, land, vlakte, geeft Gmc. Akraz (vgl.. Goot. Akrs, O.N. Akr, O.E. æcer, O.FRIS. Ekkr, O.H.G. Achar. Eng. Acre), Lat. Ager, Umb. Ager (beide van eerder Cursief agros, stadsdeel, eigendom, veld), Gk. αγρός, Skr. Ajras, O.ARM. Kunst.

9.    Indo-europeansqálos, squalus, haai, (vgl.. Lat. Squalus) is zeker cognate met qálos, walvis, als in Gmc. Khwalaz (vgl.. O.S. Hwal, O.N. Hvalr, O.E. Hwæl, M.DU. Wal, O.H.G. Wal), misschien van een origineel (s) qalos, met een generaal bedoeling van "grote vis", dan verkrampt in de hetten bedoeling in de enkeling dialecten. Zie S-mobile in § 2.8 voor meer op zodanig aanverwante woorden.

10. Indo-europees áqiā, "ding op het water", "waterig land", eiland, is de bron voor Gmc. Aujō, eiland (vgl.. Goot. Ahwa, O.N. á, O.E. īeg, O.H.G. Aha, O.IS. Ey, M.H.G. Ouwe, Eng. Is [land]), als mag zijn gezien op Skandináqiā, Scandinavial. Latijn verwisselde vorm van Skadináqiā, Scadinavia, "zuiden beëindigen van De zwede", lening-vertaling van Gmc. Skadinaujō, "gevaar eiland" (vgl.. O.E. Scedenig, O.N. Skaney); Eerst basis is meestal herbouwde als IE skátom, als in Gmc. *Skathan, bedoeling gevaar, scathe, schade (Goot. Scaþjan, O.N. Skaða, O.E. Sceaþian, O.FRIS. Skethia, M.DU. Scaden, O.H.G. Scadon), welk kon zijn schreef aan Greek α-σκηθ03 (een-skēthēs), ongedeerd toe. De bron voor áqiā is PASTEI wortel áqā, water, cognate met Lat. Aqua, Russ. Oká (naam van een rivier) en, hierine de Anatolian aftakking, Hitt. Akwanzi, Luw. Ahw -, Palaic aku -.

Engels geschrift "eiland" was beïnvloedde door Fransen eiland, van Lat. Insula, zichzelf van MIE énsalā (van en-salos, "in de zee", van sálom, zee, v.i.), Geef afgeleiden ensalarís, insular, ensalanós, eilandbewoner, ensalínā, insuline, enz.

11.  IE léndhom, land, voedingsbodem, land, landstreek, gaf Gmc. Landom (vgl.. Goot., O.N., O.E., O.FRIS., Du., Ger. Land), en is ontleende aan PIELENDH, met de bedoeling van land, steppe; Vergelijk O.PRUSS. Lindan, O.C.S. Ledina, Russ. Ljada, Poolse ląd, Gaul. Landa, O.IR. Land, Welsh llan, Bret. Lann.

12.  Voor DE PASTEI wortel (á) ḿbhi, rond, omstreeks, vergelijken Gmc. (Um) tweewaardig (vgl.. O.N. Um/umb, O.E. Zijn/dubbel, ymbe, M.DU. Bie, O.H.G. Umbi, dubbel, Du. Bij, Ger. Um, bei), Lat. Ambi, amb, Gk. ἀμφι, Skr. Abhi, Kelt. Ambi. Het is zeker ontleende aan mier (ik)-bhi, ontstak. "Van de weerszijden, vandaar ouder IE *n̥bhi. Voor DE PASTEI ánti, voorkant, voorhoofd, vergelijken Gmc. Andja (beëindigen, oorspronkelijk "de overzijde, vgl.. Goot. En, O.N. Endr, O.E. Ende, O.FRIS. Enda, O.H.G. Endi), Lat. Antiae, Osc. Mier, Gk. ἀντι, Toch. ānt/ānte, Lith. Mier, O.IR. étan. Anatolian Hitt. ḫanta, Luw. Hantili, Lyc. Xñtawata ondersteunen de veronderstelling van een eerder locative *h2ént-i– zien mier en ambhi.

13.  Proto-indo-europeanag, aandrijving, gelijkheid, verhuizen, doen, wet, vergelijken Lat. Agere, Gk. αγειν, O.IR. Ogma, waarvan agtiós, zwaarwegend, als Gk. αξιος, ágrā, rekwirerend, als Gk. αγρα, en ágtos, in ambhágtos, een die gaat rond, van Lat. Ambactus, een lening woord van Keltisch. Andere gemeenschappelijke afgeleiden sluiten agtēiuós in, actiefs, agtuālís, actuele cijfer, agtuariós, actuaris, agtuā, verroeren zich, agénts, agent, agilís, behendig, agitā, verontrusten, ambhaguós, dubbelzinnige, komágolom, coagulum, ekságiom, thesis, eksagtós, exact, eksago, vereiste, ekságmn, zwerm, later examen, eksagmnā, examineren, eksagénts, dringend, eksaguós, exiguous, nawagā, navigeren (van Nus), Dhūmagā, fumigate, (van dhúmos, rook) fustagā, fustigate (van Lat. Fustis, "club"), transago, overeenstemming, ṇtransagénts, intransigent (van n -, VN -, treffen ne) aan, litagā, procederen (van Latijn lening litágiom, rechtzaak), Prōdago, wegjagen, om te verbrassen, (van Prō-d-es, zijn goed), Prōdagós, verkwistend, redago, redact, Retrōago, terugrit, Retrōagtēiuós, retroactief, transago, transact; Griek agogós, werkje ervandoor, in-agógos,-agogue ("leidinggevend, loder"), als in dāmagógos, "populaire leider", demagoog (van Dmos, mensen), supnagogikós, hypnagogic (van swep, slapen), pawidagógos, pedagogue, protagonístā, protagonist (Gk πρωτα03b), komagógā, synagoge; Suffixed agtiós, "zwaarwegend", als in agtiós, waardigheid, waardig, van zoals waarde, wegend zoveel, als in agtiómā, grondstelling, Gk. ἀξίωμ03b, agtioloā, axiology; Suffixed ágrā, rijden, jagen, rekwirerend, als in Gk na. Agrā, in podágrā.

Voor DE PASTEI dhúmos, roken, Lat. Fumus, Gk. Thymos, Skt. Dhumaḥ, O.PRUS. Dumis, Lith. Dumai, O.C.S. Dymu, M.IR. Dumacha.

Indo-europees swep, slapen, geeft Swópōs, diep slapen, als Lat. Sopor, in mengen swoposidhakós (van-dhak), soporific; Swópnos, slapen, als Lat. Somnus, swópnolénts, somnolent, of ṇswópniom, slapeloosheid; Nul-muzieknoot suffixed súpnos, Gk. Hypnos, en in supnótis, hypnose, supnotikós, hypnotic.

Voor Indo-europeese wortel pau, weinig, klein, vergelijken afgeleiden pawós, Gmc. Fawaz (vgl.. Goot. Fawai, O.N. Ver, O.E. Feawe, Dan. Faa, O.FRIS. Fe, O.H.G. Foh) of paukós, als Lat. Paucus; Suffixed metathesized vorm parwós, kleine, gering, onzijdig parwom, klein, zelden; Meng pauparós, produceren klein, arm (IE parós, produceren), als in depauparā, depauparate, en empauparā, verpauperen; Suffixed nul-muzieknoot púlā, jong van een beest, als Gmc. Fulōn (vgl.. Goot., O.E. Fula, O.N. Foli, O.H.G. Folo, O.FRIS. Fola, M.H.G. Woelmuis, Eng. Foal, Ger. Fohlen); Uitgebreid suffixed pútslos, jong van een beest, laf, als Lat. Pullus, en verkleinwoord putslolós, Lat pusillus, in putslolanamós, kleinmoedig; Ook wel, voor de woordbetekenissen "jongen, kind", vergelijken suffixed púeros, als Lat. Puer, pútos, als Lat. Putus, en páwids, als Gk. παις (stengel betaald -), in pawideíā, onderrichting, Gk. παιδε1f7, in enq (u) qlopáwideiā, encyclopedie, van Modern Latin, zichzelf van Greek ἐγκύκ03b παιδε03a" [inktkoker -] afgerond onderrichting" (treffen IE en, q'qlos) bedoeling "een generaal kennis" aan.

Voor IE pero, makelij, verschafen, ouder *perh2 (dichtbij schreef aan pero toe, beide van per), vergelijken Latijn gelijkwaardigheid - (van nul-muzieknoot), in parā, probeer naar de buit maken, toebereiden, toerusten, in adparā, toebereiden, adpáratos, apparaat, kleding, enparā, bevel, Enparātṓr, keizer, imperator, enparatēiuós, imperatief, preparā, toebereiden, reparā, herstel, separā, los, scheiden; Suffixed pario, buit maken, verwekken, bevallen, p.part. Partós, in partosiénts, parturient, pártom, geboorte, repario, inlichtingen vragen, repartóriom, repertoire; Breedtegraad suffixed participial vorm parénts, ouder, als Lat. Parēns; Suffixed vorm-parós, produceren.

Indo-europeese pero, subsidie, verkavelen (wederzijds, om) terug te krijgen, geeft afgeleiden als pártis, een gedeelte, onderdeel, als Lat. Pars (dammen onderdeel -) in, in partio, verdelen, gedeelte, partitós, verdeelde, gedeelte, partítos, afdeling, lede, partíkolā, partikel (met dempen. Partikillā, kavel), dwipartitós, bipartite, kompartio, compart, enpartio, impart, repartio, repart, Pártiōn, gedeelte, een scheiden, Lat. Portiō, in Prō partioní, in de proportie, volgens allen scheiden, in Prōpártiōn, proportie; Pār, gelijkmatig, als in Pritā, pariteit, kompārā, comapare, ṇpritā, imparity, enz.

14.  PASTEI Mātḗr (ook wel Mtēr) gaf Gmc. Mōdar, (vgl.. OP móðir, O.E. Mōdor, O.S. Modar, O.H.G. Muoter, M.DU. Moeder), Lat. Māter, Osc. Maatreís, Umb. Matrer, Gk. μήτηρ, O.IND. Mātā, Skr. Mātár -, Av. Mātar -, Pers. Mādar, Phryg.mater, Toch. Mācar/mācer, Wapenen. մայր (mair), Misgewaad. Motër, O.PRUSS. Mūti, Lith. Mótė, Ltv. Māte, O.C.S., O.RUSS. мати, Poolse matka, Gaul. Mātir, O.IR. Máthir, Welsh modryb, Kamviri motr, Osset. Madæ.

IE uitgang-terusually indiceert verwantschap (zie ook pa-ter, bhrā-ter, dhuga-ter, jena-ter), terwijl ma - (eerder IE *mah2 -) is een baby zoals klinken gevonden in het woord voor "moeder" in Non-indo-european talen; Als, Est ema, Semitic cumm, Chinees māma, Apache, Navajo-ma, Vietnamese ma, Koreaanse eomma, Malayalamamma, Zulu umama, Bask ama, Hawaiian makuahine, enz.; Ook wel, vergelijken IE-aanverwante Hitt. Anna, Knoopte. Anya.

Preparaten sluiten māternós (of Lat in. Māternālís), moederlijke, mātérnitā, maternity, mātríkolā, lijst, register, en werkwoord tríkolā, matri